Deze publicatie maakt gebruik van cookies

Word ANWB EnergieMaatje

Start je jaar goed!

Île de Beauté

Een roadtrip op Corsica

Frankrijk

Topbestemming

Bergen bedekt onder groene dekens, blauw gemarmerd water dat tegen machtige kliffen slaat en dagen die beginnen en eindigen met paars-oranje luchten. Corsica draagt terecht de bijnaam ‘eiland van de schoonheid’. Wij verzamelden er de mooiste plekjes en adembenemende routes voor een roadtrip.

Wat ik toen niet wist, is dat Corsica heel veel te bieden heeft waar je geen maanden voor hoeft te trainen. De schoonheid hier gaat verder dan alleen het hooggebergte.

Het is zes jaar geleden sinds ik voor het laatst voet zette op Corsica. Toen liep ik de GR20 van het stadje Calenzana in het noordwesten naar Conca in het zuidoosten, zo’n 185 kilometer en 11.000 hoogtemeters.

Kronkelend langs de kust

We beginnen onze reis in Bastia, een kleurrijke stad in het noordoosten. We parkeren bij de citadel, met mooi uitzicht op de grote veerbotenhaven. Vlak daaronder kronkelt een wandel- en fietspad boven de kustlijn zo het centrum in. Je wandelt langs de trappen Descente de la Gabella, die je meevoeren tot in Jardin Romieu, door de jachthaven om via smalle straatjes op Place du Marche uit te komen. Op dit bruisende plein worden in het weekend vleeswaren en bloemen verkocht en ’s avonds geven de vele lampjes een gezellige sfeer aan de terrassen.

Het roadtripgevoel kickt pas echt in, als je Bastia achter je laat en richting L’Île Rousse rijdt. Onderweg maken we twee stops…

Eerst wijn dan strand

De eerste stop is in Patrimonio, een van Corsica’s fameuze wijnstreken.  

 

Wijndomein Leccia, een familiebedrijf, begon hier in 1900 aan de voet van de Monte Sant’Angelo. Kleinzoon Lisandru Leccia is er vandaag de dag verantwoordelijk voor de fruitige, biodynamische wijnen. Een deel van het sap van de lokale Nielluccio-druif wordt hier opgeslagen in glazen vaten. Als je de kurk eruit trekt, ruikt het naar mirto, een bessenlikeur die ook het proberen waard is. 

 

Uitgelaten van een proeverij (niet de bestuurder uiteraard) stoppen we even later nog bij Plage de L’Ostriconi. Dit uitgestrekte, ongerepte zandstrand bereik je alleen via de met struikgewas overwoekerde kronkelpaadjes. 

Absoluut de moeite, ook om een langere stranddag door te brengen. Wel op z’n Hollands je eigen bammetjes meenemen, want strandtenten zijn er op deze rustige plek niet.

Levendig L’Île Rousse

Eenmaal in L’Île Rousse hebben we trek. De stad die werd gesticht door patriot Pasquale Paoli biedt genoeg opties voor iets lekkers. Maar eerst een geschiedenislesje.  

 

Paoli was van 1755 tot 1769 leider van het eiland en staat bekend om zijn streven voor een onafhankelijke Corsicaanse staat. Zijn hoofd staat met een plechtig beeld ter nagedachtenis op een plein wat naar hem is vernoemd. Een plein waarop nu onder luid gejoel een potje boules wordt gespeeld door buurtgenoten.

Het stadsstrand met boulevard en cocktailbars is hier tegenwoordig misschien wel de grootste trekpleister. Je kijkt er uit op het schiereiland Pietra met daarop een oude vuurtoren en Genuese verdedigingstoren.  

 

Onze honger stillen we bij Bakkerij Tomasini, waar we onder andere huisgemaakt gebak met lokale kastanjes eten.

En route op de D81

En dan wordt het stiller in de auto. De snelheid daalt op de bochtige D81-weg, een van de mooiste en meest geroemde autowegen van Europa. In gedachten verzonken vergapen we ons aan de spectaculaire uitzichten. Af en toe wijken we uit voor een overstekende koe. Precies met zonsondergang rijden we de Col de Palmarella over.

Het feloranje licht dimt langzaam achter de rotsen van Réserve Naturelle de Scandola. In het donker bereiken we Porto, waar je vooral gezellig kunt eten maar geen volle dag hoeft te besteden. 
 
Voor de avontuurlijke lezers onder ons: er loopt een wandelpad achter de D81 door natuurgebied Ghineparu Pianu naar de Capu San Petru (914 m). Tip van yours truly: sta vroeg op, loop in het donker met koplamp of in de eerste schemer naar boven, om in het ontluikende ochtendlicht een van de mooiste uitzichten van Corse Sud te zien. 

 

Voor alle andere wandelaars is de wandeling van Tête du Chien naar Château Fort een aanrader. Een korte, afwisselende wandeling die ook met kinderen goed begaanbaar is. Onderweg zie je rotsen in de gekste vormen en aan het eind heb je geweldig uitzicht op de zee.

De witte kliffen van Bonifacio

Een volgend hoogtepunt wacht ons op in Bonifacio. De stad is gebouwd op witte krijtkliffen en zowel het centrum met vele culturele highlights, als de naastgelegen natuur zijn bijzonder de moeite waard.  

 

Niet te missen zijn de trappen van Koning Aragon, waarlangs je afdaalt tot aan het water, een boottocht naar de Lavezzi-eilanden en de enorme citadel met daarin onder andere Eglise Sainte-Marie-Majeure de Bonifacio en genoeg restaurants waar je wildzwijnstoof met een Pietra-biertje bestelt.

Het meest memorabele moment beleef ik hier echter ver buiten de drukte. Om goed zicht te krijgen op de kliffen, wandel je – bij voorkeur bij zonsopgang – langs de Grotte de Saint Antoine naar het uiterste puntje van het eiland. Vergeet niet honderd keer achterom te kijken voor perfect uitzicht op de stad.  

 

Volg vanaf Cap de Pertusato de route terug door natuurreservaat Bouches de Bonifacio. De zandpaadjes lopen er door geslepen rotsen en het water heeft de mooiste kleuren. Ik kwam er op vroege ochtend helemaal niemand tegen, wat het misschien wel nog magischer maakte.

Wandelen van Mare a Mare

Na deze indrukwekkende wandeling stap ik dromerig weer in de auto. Dik een half uur rijden later stoppen we bij Cantina di Cala Rossa. Een combi tussen een markt en een winkel, waar de worsten rijen dik hangen en het brood en verse fruit verleidelijk wachten om opgegeten te worden.  

 

Met de lunch nog in onze mond maken we ons klaar voor de eerste etappe van wandelpad Mare a Mare Sud.   
 
Het hele pad beslaat zo'n 77 kilometer en 3200 hoogtemeters, en kronkelt in 5 etappes door de prachtige binnenlanden naar Borgo. Wij lopen alleen de eerste etappe, en slaan de eerste 6 kilometer over asfalt over. We parkeren bij Alzu di Gallina waar het onverharde deel begint. Het wandelpad is herkenbaar gemarkeerd met oranje-gele streepjes (maar download voor de zekerheid dit GPX-bestand!). 

Wij lopen tot aan Cartalavonu (8 km en 850 D+), waar etappe 1 eindigt en berghut Le Refuge wacht. Geen typische berghut met slaapzaal en tentjes buiten, maar eentje met privékamers. Wel met krakende houten vloeren en lage badkamers waarin je moet bukken. Het bed ligt heerlijk.  

 

Eten gaat conform huttraditie: iedereen eet op hetzelfde tijdstip en louter wat de pot schaft. We starten met lokale vleeswaren, het hoofdgerecht bestaat uit polenta en vrij vettig stoofvlees. Voor het toetje krijgt iedereen een schoon bord en een schilmesje, waarna er per tafel een fruitschaal wordt uitgedeeld met harde peren en melige appels. Simpel. Alles wat je in deze schitterende natuur nodig hebt.

In het gebied achter Le Refuge ligt nog een geweldige klim verborgen naar Punta di a Vacca Morta. Wederom een aanrader – mits je goede verlichting hebt – om dit in de ochtend te doen. De piek ligt een paar honderd meter hoger dan de hut, en is in afstand zo’n 2 km lopen. Het pad is zeker in het begin goed gemarkeerd, maar een offline kaart is aan te raden (met hier het GPX-bestand). Op de rotsachtige top heb je prachtig uitzicht op Lac de L'Ospedale wat met de opkomende zon op z’n zachtst gezegd fenomenaal is.

Lecci en Porto Vecchio

Na een stevig ontbijt lopen we onder de heerlijke geurende naaldbomen weer naar beneden. Je kunt dus ook één etappe doen en in een hut slapen om de ervaring mee te pakken.

 

Vlak bij Porto Vecchio verblijven we in het plaatsje Lecci, op loopafstand van het tropische strand Grande Plage de Cala Rossa. Hier vind je rijen met rieten parasolletjes en hippe strandbars met heerlijke cocktails. De perfecte plek om uit te rusten na een tocht.

Het centrum van Porto Vecchio is toeristisch, maar gezellig. De werkelijke ‘poort’ van de stad is vrolijk behangen met blauweregen en geeft een mooi doorkijkje op de haven met kenmerkende veerboten.

Een laatste zonsondergang

Deze bijzondere eilandervaring is maar op één manier af te sluiten. Met een laatste zonsopgang. Voordat we in de auto stappen om terug te keren naar ons beginpunt Bastia, ren ik in mijn eentje voor dag en dauw naar La Plage de Saint Cyprien. Een rustig strand op zo’n 7 minuten rijden van Lecci. In het water liggen gigantische keien en in het ochtendlicht lijkt de zee eromheen een aantal keer van kleur te veranderen.  

 

Als we later die dag opstijgen in een klein propellervliegtuigje van AirCorsica, geloof ik in mijn enthousiasme dat ik de plek aan mijn collega kan aanwijzen waar ik die ochtend heb gelopen. ‘Kijk! Daar! De volgende keer ga je wel mee, toch?’

De 6 mooiste meerdaagse hikes van Corsica

Hiken op Corsica is fantastisch. Houd er rekening mee dat het noorden van het eiland een stuk ruiger is dan het zuiden – en daarmee zwaarder om te lopen.  

De kwaliteit van de paden is overal goed. Het zit hem met name in de hoogte van de bergen en de vele kale rotsen waarover je klimt in het noorden, in tegenstelling tot de wat meer glooiende paden door naaldbossen in het zuiden. In het zuiden kun je dus heel goed – ook meerdere dagen – met kinderen lopen.

  • Mare a Mare Nord:
    een wandelpad van Cargese naar Moriani (90 km en 4700 D+)

  • Mare a Mare Centre:
    een wandelpad van Ghisonaccia naar Porticcio (87 km en 4350 D+)  

  • Mare a Mare Sud:
    een wandelpad van Porto Vecchio naar Borgo (75 km en 3200 D+)  

  • Mare e Monti Nord:
    een wandelpad van Calenzana naar Cargèse (120 km en 6100 D+)  

  • Mare e Monti Sud:
    een wandelpad van Porto Vecchio naar Propriano (65 km en 2700 D+)  

  • GR20:
    een wandelpad van Calenzana naar Conca (+/- 185 km en 11000 D+) 

Beeld: Jonathan Andrew

Door Eline Cox
Hoofdredacteur Kampioen

Eline Cox (33) is hoofdredacteur, moeder en loopt ultramarathons. Voor deze reis volgde ze samen met fotograaf Jonathan Andrew een ANWB-route, en ging ze af en toe buiten het gebaande pad.

‘Of je nou houdt van alles uitgestippeld of een onbekend avontuur, deze roadtrip is voor jou. Mijn tip: sta vroeg op. In de sereniteit van de ochtend is het eiland op z’n allermooist.’

De roadtrip van je leven

Van Alpen tot Atlantische kust

Rijd zorgeloos door Frankrijk

Milieusticker plakken, tolbadge bestellen

Word ANWB EnergieMaatje

Start je jaar goed!

Frankrijk

Topbestemming

Île de Beauté

Een roadtrip op Corsica

Bergen bedekt onder groene dekens, blauw gemarmerd water dat tegen machtige kliffen slaat en dagen die beginnen en eindigen met paars-oranje luchten. Corsica draagt terecht de bijnaam ‘eiland van de schoonheid’. Wij verzamelden er de mooiste plekjes en adembenemende routes voor een roadtrip.

Het is zes jaar geleden sinds ik voor het laatst voet zette op Corsica. Toen liep ik de GR20 van het stadje Calenzana in het noordwesten naar Conca in het zuidoosten, zo’n 185 kilometer en 11.000 hoogtemeters.

Wat ik toen niet wist, is dat Corsica heel veel te bieden heeft waar je geen maanden voor hoeft te trainen. De schoonheid hier gaat verder dan alleen het hooggebergte.

Het roadtripgevoel kickt pas echt in, als je Bastia achter je laat en richting L’Île Rousse rijdt. Onderweg maken we twee stops…

We beginnen onze reis in Bastia, een kleurrijke stad in het noordoosten. We parkeren bij de citadel, met mooi uitzicht op de grote veerbotenhaven. Vlak daaronder kronkelt een wandel- en fietspad boven de kustlijn zo het centrum in. Je wandelt langs de trappen Descente de la Gabella, die je meevoeren tot in Jardin Romieu, door de jachthaven om via smalle straatjes op Place du Marche uit te komen. Op dit bruisende plein worden in het weekend vleeswaren en bloemen verkocht en ’s avonds geven de vele lampjes een gezellige sfeer aan de terrassen.

Kronkelend langs de kust

Absoluut de moeite, ook om een langere stranddag door te brengen. Wel op z’n Hollands je eigen bammetjes meenemen, want strandtenten zijn er op deze rustige plek niet.

De eerste stop is in Patrimonio, een van Corsica’s fameuze wijnstreken.  

 

Wijndomein Leccia, een familiebedrijf, begon hier in 1900 aan de voet van de Monte Sant’Angelo. Kleinzoon Lisandru Leccia is er vandaag de dag verantwoordelijk voor de fruitige, biodynamische wijnen. Een deel van het sap van de lokale Nielluccio-druif wordt hier opgeslagen in glazen vaten. Als je de kurk eruit trekt, ruikt het naar mirto, een bessenlikeur die ook het proberen waard is. 

 

Uitgelaten van een proeverij (niet de bestuurder uiteraard) stoppen we even later nog bij Plage de L’Ostriconi. Dit uitgestrekte, ongerepte zandstrand bereik je alleen via de met struikgewas overwoekerde kronkelpaadjes. 

Eerst wijn dan strand

Het stadsstrand met boulevard en cocktailbars is hier tegenwoordig misschien wel de grootste trekpleister. Je kijkt er uit op het schiereiland Pietra met daarop een oude vuurtoren en Genuese verdedigingstoren.  

 

Onze honger stillen we bij Bakkerij Tomasini, waar we onder andere huisgemaakt gebak met lokale kastanjes eten.

Eenmaal in L’Île Rousse hebben we trek. De stad die werd gesticht door patriot Pasquale Paoli biedt genoeg opties voor iets lekkers. Maar eerst een geschiedenislesje.  

 

Paoli was van 1755 tot 1769 leider van het eiland en staat bekend om zijn streven voor een onafhankelijke Corsicaanse staat. Zijn hoofd staat met een plechtig beeld ter nagedachtenis op een plein wat naar hem is vernoemd. Een plein waarop nu onder luid gejoel een potje boules wordt gespeeld door buurtgenoten.

Levendig L’Île Rousse

Het feloranje licht dimt langzaam achter de rotsen van Réserve Naturelle de Scandola. In het donker bereiken we Porto, waar je vooral gezellig kunt eten maar geen volle dag hoeft te besteden.

 
 
Voor de avontuurlijke lezers onder ons: er loopt een wandelpad achter de D81 door natuurgebied Ghineparu Pianu naar de Capu San Petru (914 m). Tip van yours truly: sta vroeg op, loop in het donker met koplamp of in de eerste schemer naar boven, om in het ontluikende ochtendlicht een van de mooiste uitzichten van Corse Sud te zien. 

 

Voor alle andere wandelaars is de wandeling van Tête du Chien naar Château Fort een aanrader. Een korte, afwisselende wandeling die ook met kinderen goed begaanbaar is. Onderweg zie je rotsen in de gekste vormen en aan het eind heb je geweldig uitzicht op de zee.

En dan wordt het stiller in de auto. De snelheid daalt op de bochtige D81-weg, een van de mooiste en meest geroemde autowegen van Europa. In gedachten verzonken vergapen we ons aan de spectaculaire uitzichten. Af en toe wijken we uit voor een overstekende koe. Precies met zonsondergang rijden we de Col de Palmarella over.

En route op de D81

Een volgend hoogtepunt wacht ons op in Bonifacio. De stad is gebouwd op witte krijtkliffen en zowel het centrum met vele culturele highlights, als de naastgelegen natuur zijn bijzonder de moeite waard.  

 

Niet te missen zijn de trappen van Koning Aragon, waarlangs je afdaalt tot aan het water, een boottocht naar de Lavezzi-eilanden en de enorme citadel met daarin onder andere Eglise Sainte-Marie-Majeure de Bonifacio en genoeg restaurants waar je wildzwijnstoof met een Pietra-biertje bestelt.

Het meest memorabele moment beleef ik hier echter ver buiten de drukte. Om goed zicht te krijgen op de kliffen, wandel je – bij voorkeur bij zonsopgang – langs de Grotte de Saint Antoine naar het uiterste puntje van het eiland. Vergeet niet honderd keer achterom te kijken voor perfect uitzicht op de stad.  

 

Volg vanaf Cap de Pertusato de route terug door natuurreservaat Bouches de Bonifacio. De zandpaadjes lopen er door geslepen rotsen en het water heeft de mooiste kleuren. Ik kwam er op vroege ochtend helemaal niemand tegen, wat het misschien wel nog magischer maakte.

De witte kliffen van Bonifacio

In het gebied achter Le Refuge ligt nog een geweldige klim verborgen naar Punta di a Vacca Morta. Wederom een aanrader – mits je goede verlichting hebt – om dit in de ochtend te doen. De piek ligt een paar honderd meter hoger dan de hut, en is in afstand zo’n 2 km lopen. Het pad is zeker in het begin goed gemarkeerd, maar een offline kaart is aan te raden (met hier het GPX-bestand). Op de rotsachtige top heb je prachtig uitzicht op Lac de L'Ospedale wat met de opkomende zon op z’n zachtst gezegd fenomenaal is.

Wij lopen tot aan Cartalavonu (8 km en 850 D+), waar etappe 1 eindigt en berghut Le Refuge wacht. Geen typische berghut met slaapzaal en tentjes buiten, maar eentje met privékamers. Wel met krakende houten vloeren en lage badkamers waarin je moet bukken. Het bed ligt heerlijk.  

 

Eten gaat conform huttraditie: iedereen eet op hetzelfde tijdstip en louter wat de pot schaft. We starten met lokale vleeswaren, het hoofdgerecht bestaat uit polenta en vrij vettig stoofvlees. Voor het toetje krijgt iedereen een schoon bord en een schilmesje, waarna er per tafel een fruitschaal wordt uitgedeeld met harde peren en melige appels. Simpel. Alles wat je in deze schitterende natuur nodig hebt.

Na deze indrukwekkende wandeling stap ik dromerig weer in de auto. Dik een half uur rijden later stoppen we bij Cantina di Cala Rossa. Een combi tussen een markt en een winkel, waar de worsten rijen dik hangen en het brood en verse fruit verleidelijk wachten om opgegeten te worden.  

 

Met de lunch nog in onze mond maken we ons klaar voor de eerste etappe van wandelpad Mare a Mare Sud.   
 
Het hele pad beslaat zo'n 77 kilometer en 3200 hoogtemeters, en kronkelt in 5 etappes door de prachtige binnenlanden naar Borgo. Wij lopen alleen de eerste etappe, en slaan de eerste 6 kilometer over asfalt over. We parkeren bij Alzu di Gallina waar het onverharde deel begint. Het wandelpad is herkenbaar gemarkeerd met oranje-gele streepjes (maar download voor de zekerheid dit GPX-bestand!). 

Wandelen van Mare a Mare

Het centrum van Porto Vecchio is toeristisch, maar gezellig. De werkelijke ‘poort’ van de stad is vrolijk behangen met blauweregen en geeft een mooi doorkijkje op de haven met kenmerkende veerboten.

Na een stevig ontbijt lopen we onder de heerlijke geurende naaldbomen weer naar beneden. Je kunt dus ook één etappe doen en in een hut slapen om de ervaring mee te pakken.

 

Vlak bij Porto Vecchio verblijven we in het plaatsje Lecci, op loopafstand van het tropische strand Grande Plage de Cala Rossa. Hier vind je rijen met rieten parasolletjes en hippe strandbars met heerlijke cocktails. De perfecte plek om uit te rusten na een tocht.

Lecci en Porto Vecchio

Deze bijzondere eilandervaring is maar op één manier af te sluiten. Met een laatste zonsopgang. Voordat we in de auto stappen om terug te keren naar ons beginpunt Bastia, ren ik in mijn eentje voor dag en dauw naar La Plage de Saint Cyprien. Een rustig strand op zo’n 7 minuten rijden van Lecci. In het water liggen gigantische keien en in het ochtendlicht lijkt de zee eromheen een aantal keer van kleur te veranderen.  

 

Als we later die dag opstijgen in een klein propellervliegtuigje van AirCorsica, geloof ik in mijn enthousiasme dat ik de plek aan mijn collega kan aanwijzen waar ik die ochtend heb gelopen. ‘Kijk! Daar! De volgende keer ga je wel mee, toch?’

Een laatste zonsondergang

De 6 mooiste meerdaagse hikes van Corsica

Hiken op Corsica is fantastisch. Houd er rekening mee dat het noorden van het eiland een stuk ruiger is dan het zuiden – en daarmee zwaarder om te lopen.  

De kwaliteit van de paden is overal goed. Het zit hem met name in de hoogte van de bergen en de vele kale rotsen waarover je klimt in het noorden, in tegenstelling tot de wat meer glooiende paden door naaldbossen in het zuiden. In het zuiden kun je dus heel goed – ook meerdere dagen – met kinderen lopen.

  • Mare a Mare Nord:
    een wandelpad van Cargese naar Moriani (90 km en 4700 D+)

  • Mare a Mare Centre:
    een wandelpad van Ghisonaccia naar Porticcio (87 km en 4350 D+)  

  • Mare a Mare Sud:
    een wandelpad van Porto Vecchio naar Borgo (75 km en 3200 D+)  

  • Mare e Monti Nord:
    een wandelpad van Calenzana naar Cargèse (120 km en 6100 D+)  

  • Mare e Monti Sud:
    een wandelpad van Porto Vecchio naar Propriano (65 km en 2700 D+)  

  • GR20:
    een wandelpad van Calenzana naar Conca (+/- 185 km en 11000 D+) 

Beeld: Jonathan Andrew

Door Eline Cox
Hoofdredacteur Kampioen

Eline Cox (33) is hoofdredacteur, moeder en loopt ultramarathons. Voor deze reis volgde ze samen met fotograaf Jonathan Andrew een ANWB-route, en ging ze af en toe buiten het gebaande pad.

‘Of je nou houdt van alles uitgestippeld of een onbekend avontuur, deze roadtrip is voor jou. Mijn tip: sta vroeg op. In de sereniteit van de ochtend is het eiland op z’n allermooist.’

De roadtrip van je leven

Van Alpen tot Atlantische kust

Rijd zorgeloos door Frankrijk

Milieusticker plakken, tolbadge bestellen

Kampioen digitaal

ANWB Kampioen helpt jou en Nederland sinds 1885 zorgeloos en met plezier op weg. Geniet van de mooiste reizen, beste verhalen en handigste tips. Waar en wanneer jij dat wilt. En profiteer van unieke leden-aanbiedingen en scherpe seizoensdeals.
Volledig scherm